We hadden vrienden zonder Facebook

0
428

FENIXX KLASSIEKEN

Dit artikel begint zijn 6e verjaardag te naderen en verscheen voor het eerst op Fenixx.org, maar ik publiceer het nu op Frontnieuws, lichtelijk veranderd van tijd tot tijd – Volgens de regelgeving en bureaucratie van vandaag de dag zouden degenen onder ons die kinderen waren in de jaren ’50, ’60 en enkele jaren in begin 1970, het niet hebben overleefd. We reden brommer zonder helm, we vaarden op vlotten zonder zwemvest, we hadden geen kindveilige doppen op gevaarlijke huishoudmiddelen of op medicijnflesjes, geen rubberen tegels in de speeltuinen, beschermrubbers op de hoeken van de tafel of stopcontactslotjes.

We dronken water rechtstreeks met onze monden aan de kraan. We aten brood met dik boter en suiker, dronken frisdrank met teveel suiker erin, maar we kregen geen overgewicht omdat we de hele dag buiten aan het spelen waren.

We deelden onze kauwgom uit de mond met vriendjes en dronken uit dezelfde limonadefles, zonder dat er iemand dood ging.

We bouwden van schroot een skelter en reden in volle vaart van een heuvel af, om even later te ontdekken dat we vergeten waren een rem te maken. We struinden over een stinkende vuilnisbelt om tussen al het gif en bacteriën iets “nuttigs” te vinden.

We stonden vroeg op in de ochtend om de hele dag buiten te spelen en kwamen pas thuis als het donker werd. Niemand wist waar we waren of wat we uitspookten, de hele dag kon niemand ons bereiken – niemand had een mobiele telefoon.

Moeder en vader maakten zich niet ongerust, die wisten wel dat je thuiskwam als je honger kreeg.

We hadden geen Playstation, Nintendo of X-box – geen video games, geen 99 televisiekanalen, geen surround sound, geen computers of internet.

We hadden vrienden zonder Facebook. We gingen naar buiten en zochten ze op. We vielen uit bomen, braken benen en armen, sneden ons met messen, schoten met luchtbuksen, pijl en boog, vochten, en sloegen elkaar tanden uit, maar niemand werd aangeklaagd en er kwamen geen rechtszaken. Omdat het “ongelukjes” waren en bij het opgroeien behoorden. Niemand anders kreeg de schuld – alleen jezelf. Als je met het spel mee wilde doen, moest je niet zeuren als het een keer mis ging.

Op het schoolplein vochten we met elkaar, en werden bont en blauw. Sloegen elkaar blauwe plekken en leerden ermee te leven, en werden daarna vrienden. Speelden voetbal op de hoek van de straat en vielen pijnlijk op de stenen straattegels. Speelden met knikkers en maakten ruzie over de pot, en vochten weer eens met elkaar. We speelden vuur met benzine en carbid en verbrandden ons, kwamen zonder wenkbrauwen thuis, en dronken met dorst water uit een sloot.

Sommige leerlingen waren niet zo snel als anderen op school, die moesten gewoon het schooljaar overdoen. Sommigen eindigden minder glansrijk in het leven, maar waarschijnlijk minder dan vandaag, ondanks alle regels, de kinderombudsman, het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind, psychologen en ouderavonden.

Je werd niet met de auto vervoerd, je kon lopen of fietsen. En in de auto kreeg je geen veiligheidsgordel om en verstikte je van de sigarettenrook van je ouders.

Ondanks alle waarschuwingen van deze tijd wisten we ons toentertijd goed te redden, er viel sporadisch een gewonde en bijzonder weinig doden.

Die generatie heeft enkele van de meest risiconemende, beste probleemoplossers en investeerders ooit geproduceerd. De laatste 50-60 jaar zijn een explosie van nieuwe ideeën geweest. We hadden vrijheid, mislukking, succes, liefde en verantwoordelijkheid, en we leerden ons met alles bezig te houden.

Die tijd is voorbij. Alles is nu ‘beter’, ‘gezonder’ en ‘veiliger’.

Hier is zijn krachtige “Mensen, het is vijf voor twaalf, niet in Nederland maar in Europa” betoog dat leidde tot zijn moord door een linkse activist in 2002

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here