Twijfel over de intrinsieke kwaliteit van producten die als anti-Covid vaccins worden aangeboden

1
2413

De blog van het Centre Territorial d’Information Indépendante et d’Avis Pharmaceutiques du Centre Hospitalier de Cholet publiceert een zeer belangrijk artikel dat vraagtekens plaatst bij de intrinsieke kwaliteit van de producten die worden gepresenteerd als anti-Covid vaccins en hun productieprocessen op basis van gepubliceerde officiële documenten door de Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).

Kunnen wij ons voorstellen dat een productielijn voor auto’s wordt opgestart en dat deze voertuigen op de weg worden gebracht, ondanks de onzekerheden die in de gepubliceerde officiële documenten worden vermeld? Deze onzekerheden betreffen de kwaliteit van de onderdelen waaruit de motor is opgebouwd en de diverse andere onderdelen, met inbegrip van die welke verband houden met de veiligheid, het fabricageproces, de reproduceerbaarheid van in de handel gebrachte partijen, enzovoort, bericht Medias-Presse-Info.

Op het gebied van geneesmiddelen (inclusief vaccins) vormt de farmaceutische handeling van “vrijgave” van het eindproduct (toegelaten product bestemd voor verkoop) de laatste controlestap die voorafgaat aan de beschikbaarheid van deze producten voor de bevolking. Deze belangrijke “release” -stap is de farmaceutische verantwoordelijkheid van met name de fabrikanten.

In het verlengde van haar vorige analyses heeft de CTIAP opnieuw, en ongetwijfeld op een nooit eerder geziene en exclusieve wijze, nieuwe vitale informatie aan het publiek onthuld over de 4 volgende vaccins tegen Covid-19: die van het laboratorium BioNTech/Pfizer; die van het laboratorium Moderna; die van het laboratorium Astra Zeneca; die van het laboratorium Janssen.

Dit werk werd mogelijk gemaakt door de waardevolle bijdrage van Dr. Catherine FRADE, apotheker en voormalig directeur Internationale Regelgeving in de farmaceutische industrie. Zij was zo vriendelijk ons een gedocumenteerde schriftelijke waarschuwing te geven. In dit document “belicht” zij de gegevens uit de vergunning voor het in de handel brengen (autorisation de mise sur le marché, AMM) zelf van 22 maart 2021; een vergunning voor het in de handel brengen die als “voorwaardelijk” is gekwalificeerd. Daarbij heeft zij “brongegevens geëxtraheerd die moeilijk te identificeren zijn voor iemand die niet op dit gebied werkzaam is”. Deze gegevens zijn echter openbaar en verifieerbaar. Ten eerste moet worden opgemerkt dat de auteur van dit document niet langer in de farmaceutische industrie werkt; zij verklaart: “Ten eerste wil ik verduidelijken dat ik geen belangenconflict heb met de farmaceutische industrie. Daarom wil het CTIAP, met haar instemming, het publiek, de gezondheidswerkers, de beleidsmakers, enz. een analyse van enkele van deze gegevens verstrekken die iedereen aandachtig zou moeten lezen“.

In dit overzicht wordt eerst geschetst wat een “voorwaardelijke” vergunning voor het in de handel brengen is (I). Vervolgens herinnert de auteur ons eraan dat de proeven voor deze vaccins nog niet zijn afgerond en lopen van “2021 tot ten minste 2024” (II). Vervolgens onthult zij op ongekende en exclusieve wijze dat in de officiële documenten die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zijn gepubliceerd, de ontoereikendheid van het bewijsmateriaal ook wordt onderstreept met betrekking tot de “kwaliteit” van de “werkzame stof” en de “excipiënten”, het “fabricageproces”, de “reproduceerbaarheid van de in de handel gebrachte batches”, enz. (III). Ten slotte wordt in deze analyse een conclusie gepresenteerd.

I- Allereerst is het belangrijk te begrijpen wat een “voorwaardelijke” vergunning voor het in de handel brengen is.

Een markttoelating is voor een geneesmiddel wat een kentekenbewijs is voor een auto. Goedkeuring wordt verleend wanneer een geneesmiddel zijn kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid heeft bewezen en een positieve risico-batenverhouding heeft: dat wil zeggen dat het meer voordelen dan risico’s biedt. Het verkrijgen van deze goedkeuring is een essentiële vereiste voor een farmaceutisch laboratorium om een geneesmiddel, met inbegrip van vaccins, te mogen verkopen.

In dit geval zijn de 4 goedkeuringen die voor de Covid-19-vaccins zijn verleend, zogenaamde “voorwaardelijke” goedkeuringen. Ze zijn tijdelijk. Zij zijn niet langer dan één jaar geldig omdat zij zijn vastgesteld op basis van “onvolledige gegevens”. Om een standaardvergunning voor het in de handel brengen gedurende vijf jaar te krijgen, moeten de laboratoria in kwestie dossiers indienen met “lopende studies en studies die voor de komende jaren zijn gepland”. Tijdens deze “ontwikkeling” wordt een nauw en gecoördineerd toezicht tussen de producerende laboratoria en de gezondheidsautoriteiten georganiseerd door middel van regelmatige vergaderingen. De “voorwaardelijke” vergunning voor het in de handel brengen zal “elk jaar opnieuw worden geëvalueerd” op basis van de inbreng en kritische analyse van aanvullende gegevens die gedurende een volledig jaar worden verstrekt en verzameld.

Deze “voorwaardelijke” vergunning is een Europese vergunning voor het in de handel brengen. Het werd verkregen via de gecentraliseerde versnelde procedure. Het kan gelijktijdig op de markt worden gebracht in de volgende 30 landen (Europese Unie en Europese Vrijhandelsassociatie): Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, IJsland, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje en Zweden.

De geschiedenis van het Pharma-kartel

De studies over deze 4 vaccins zijn dus nog aan de gang.

II- Ten tweede zijn de geplande studies nog steeds aan de gang en bestrijken zij een periode van “2021 tot ten minste 2024”.

Alle studies die zijn ingediend als onderdeel van de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen, worden samengevat in het EPAR (European Public Assessment Report). Dit verslag is gepubliceerd op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De geplande studies die nog niet zijn voltooid, zijn eveneens opgenomen.

Dit tijdpad, dat “zich uitstrekt van 2021 tot ten minste 2024”, afhankelijk van het Covid 19-vaccin, wordt omschreven in de bijlagen bij de voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen en in de gepubliceerde EPAR’s.

Zo kreeg het vaccin van BioNTech/Pfizer deze Europese voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen op 21 december 2020. En de termijn voor indiening van “bevestiging” van werkzaamheid, veiligheid en verdraagbaarheid van dit vaccin is “december 2023”.

Het Moderna-vaccin heeft deze goedkeuring gekregen op 6 januari 2021. De termijn voor de indiening van de “bevestiging” van de werkzaamheid, veiligheid en verdraagbaarheid van dit vaccin is ten minste “december 2022”.

Het vaccin van Astra Zeneca is op 29 januari 2021 goedgekeurd voor het in de handel brengen. De termijn voor de indiening van de “bevestiging” van de werkzaamheid, veiligheid en verdraagbaarheid van het vaccin is “maart 2024”.

Het vaccin van Janssen kreeg op 11 maart 2021 een voorwaardelijke Europese vergunning om op de markt te worden gebracht. De termijn voor de indiening van de “bevestiging” van de werkzaamheid, veiligheid en verdraagbaarheid van het vaccin is “december 2023”.

Tot op heden echter, en daarin ligt ongetwijfeld de ongekende en exclusieve onthulling, is voor deze 4 vaccins een andere termijn vastgesteld. Deze termijn betreft niet langer alleen de lopende klinische proeven, maar ook het “bewijs van kwaliteit van het werkzame bestanddeel en het eindproduct” zelf: dat wil zeggen de intrinsieke kwaliteit (het hart) van het product dat aan miljoenen mensen zal worden verkocht en toegediend.

III- In de derde plaats, en wellicht zonder precedent, wordt in de gepubliceerde officiële documenten ook de nadruk gelegd op de onvolledigheid van het bewijsmateriaal over de “kwaliteit” van de “werkzame stof” en de “hulpstoffen”, over het “fabricageproces”, over de “reproduceerbaarheid van in de handel gebrachte batches”, enz.

De termijn voor de indiening van aanvullend bewijsmateriaal over de “kwaliteit” van het “werkzame bestanddeel” en het “eindproduct” (d.w.z. het vaccin waarvoor een vergunning is afgegeven en dat wordt verkocht) is als volgt:

“Juli 2021” voor BioNTech/Pfizer;

“Juni 2021” voor Moderna;

“Juni 2022” voor Astra Zeneca;

“Augustus 2021” voor Janssen.

Voor deze vier vaccins staat in de paragraaf “E. Specifieke verbintenis inzake maatregelen na het in de handel brengen die gevolgen hebben voor de voorwaardelijke goedkeuring”, die is overgenomen uit bijlage II van de vergunning voor het in de handel brengen, duidelijk het volgende:

Voor het BioNTech/Pfizer vaccin (bladzijde 18-19).

Tegen “maart 2021” moet het laboratorium “aanvullende valideringsgegevens” indienen om “de reproduceerbaarheid van het fabricageproces van het eindproduct te bevestigen”.

Tegen “juli 2021” moet het laboratorium de ontbrekende informatie verstrekken aan:

“de karakterisering van de werkzame stof en het eindproduct te voltooien” ;

“de controlestrategie te versterken, met inbegrip van de specificaties van de werkzame stof en het eindproduct” om “een constante kwaliteit van het product te waarborgen”;

“aanvullende informatie te verstrekken over zijn syntheseproces en controlestrategie” om “het zuiverheidsprofiel van het excipiens ALC-0315 te bevestigen” en “te zorgen voor kwaliteitscontrole en reproduceerbaarheid van de ene partij tot de andere gedurende de gehele levenscyclus van het eindproduct”;

“aanvullende informatie te verstrekken over zijn syntheseproces en controlestrategie” om “het zuiverheidsprofiel van het excipiens ALC-0159 te bevestigen” en “te zorgen voor kwaliteitscontrole en reproduceerbaarheid van de ene partij tot de andere gedurende de levenscyclus van het eindproduct”.

En tegen “december 2023” en “om de werkzaamheid en veiligheid” van dit vaccin te bevestigen, moet het bedrijf “het definitieve klinische studierapport voor de gerandomiseerde, placebogecontroleerde, geblindeerde, observationele studie (studie C4591001)” indienen.

Voor het Moderna-vaccin (bladzijde 15).

Het laboratorium moet de ontbrekende informatie verstrekken:

de karakterisering van de fabricageprocessen van het werkzame bestanddeel en het eindproduct voltooien” (verwacht in “januari 2021”);

“de reproduceerbaarheid van het fabricageproces van de werkzame stof en het eindproduct (initiële en definitieve chargegrootte) te bevestigen” (gepland voor april 2021);

“aanvullende informatie te verstrekken over de stabiliteit van de werkzame stof en het eindproduct en de specificaties van de werkzame stof en het eindproduct te herzien na langdurige industriële praktijken”, met als doel “een consistente productkwaliteit te garanderen” (gepland voor juni 2021);

Verdere sterfgevallen kort na de Coronavaccinatie in Zwitserland en Israël

“het definitieve studierapport in te dienen voor de gerandomiseerde, placebogecontroleerde, geblindeerde klinische studie naar de mRNA-1273-P301-waarnemer” om “de werkzaamheid en veiligheid van het COVID-19-vaccin Moderna te bevestigen” (in december 2022).

Voor het vaccin van Astra Zeneca (blz. 14-15).

Het laboratorium moet de ontbrekende informatie verstrekken:

“aanvullende validatie- en vergelijkbaarheidsgegevens te verstrekken en verdere proeven te initiëren” met als doel “de reproduceerbaarheid van de fabricageprocessen van de werkzame stof en het eindproduct te bevestigen” (gepland voor “december 2021”);

“de hoofdanalyse (gebaseerd op de data cut-off van 7 december (na de vergrendeling van de databank) en de eindanalyse van de gecombineerde pivotale studies” verstrekken om “de werkzaamheid en veiligheid van het COVID-19-vaccin van AstraZeneca te bevestigen” (in te dienen “5 maart 2021” (voor de hoofdanalyse) en “31 mei 2022” (voor de gecombineerde analyse));

“eindverslagen in te dienen van de gerandomiseerde gecontroleerde klinische proeven COV001, COV002, COV003 en COV005” om “de werkzaamheid en veiligheid van het COVID-19-vaccin van AstraZeneca te bevestigen” (vervaldatum “31 mei 2022”);

“aanvullende gegevens indienen over de stabiliteit van het werkzame bestanddeel en het eindproduct en de specificaties van het eindproduct herzien volgens de lange industriële praktijk” om “een constante kwaliteit van het product te garanderen” (vervaldatum “juni 2022”);

“de synthese en samenvattingen van de hoofdanalyse en het eindverslag van de klinische studie indienen voor studie D8110C00001” om “de werkzaamheid en veiligheid van het COVID-19-vaccin van AstraZeneca bij oudere patiënten en bij patiënten met onderliggende ziekten te bevestigen” (vervaldatum “30 april 2021” (voor de hoofdanalyse) en “31 maart 2024” (voor het eindverslag van de studie)).

Voor Janssen vaccin (bladzijde 18).

Het laboratorium moet de ontbrekende informatie indienen bij:

“aanvullende vergelijkbaarheids- en validatiegegevens te verstrekken” om “de reproduceerbaarheid van het fabricageproces van het eindproduct te bevestigen” (termijn “15 augustus 2021”);

“het eindverslag in te dienen van de gerandomiseerde, placebogecontroleerde, enkelblinde klinische studie VAC31518COV3001 om “de werkzaamheid en veiligheid van COVID-19 Ad26.COV2.S te bevestigen” (deadline 31 december 2023).

Deze feiten stellen ons in staat de volgende conclusie te trekken.

Conclusie

Op grond van deze redenen, die niet uitputtend zijn, was het dus redelijk om de inhoud op te zoeken en te lezen van het genoemde punt “E”: “Specifieke verplichting met betrekking tot maatregelen na de vergunningverlening betreffende de voorwaardelijke vergunning”, uit bijlage II bij de vergunning voor het in de handel brengen, dat betrekking heeft op elk van deze 4 vaccins tegen Covid-19.

De ontoereikendheid van de evaluatie betreft niet alleen de klinische proeven (studies bij mensen (vrouwen en mannen)), maar ook de kwaliteit van de werkzame stof, de excipiënten, waarvan sommige nieuw zijn, het fabricageprocesen de partijen die in verschillende landen van de wereld zijn vrijgegeven en aan mensen zijn toegediend.

Bovendien moeten deze nieuwe hulpstoffen worden beschouwd als nieuwe werkzame stoffen en dus het voorwerp uitmaken van een volledig evaluatiedossier, vergelijkbaar met dat wat vereist is voor een nieuwe werkzame stof.

Het wijzigen van de handelsnaam van een van deze vaccins, zoals onlangs met name voor het vaccin van AstraZeneca is aangekondigd, kan alleen worden beschouwd als een cosmetische vormgeving van het productimago voor marketingdoeleinden (het winnen van nieuw vertrouwen bij het publiek, het stimuleren van de verkoop). Het geeft geen antwoord op de vragen over de kwaliteit, de werkzaamheid en de veiligheid van het product. Dit is een van de veelgebruikte technieken om bepaalde ongewenste kenmerken van het product in kwestie te verhullen. Het is een techniek die is gebruikt om andere medicijnen in een beter daglicht te stellen.

Zoals reeds eerder gezegd, is op het gebied van geneesmiddelen (met inbegrip van vaccins) de “vrijgave” van het eindproduct (bestemd voor de verkoop) de laatste fase van de controle (van de kwaliteit en dus van de veiligheid) voordat deze producten ter beschikking van de bevolking worden gesteld.

Deze belangrijke fase van de “vrijgave” van partijen valt onder de farmaceutische verantwoordelijkheid van de fabrikanten. De verantwoordelijkheid van de gebruikers (met name instellingen en gezondheidswerkers) kan echter ook een rol spelen.

Naar onze mening hadden deze klinische proeven nooit mogen worden aangevat voordat de intrinsieke kwaliteit van het eindproduct en het fabricageproces volledig onder de knie waren en voordat de formules voor deze vaccins waren gestabiliseerd.

Hoe kunnen de resultaten van deze klinische proeven die over de hele wereld zijn uitgevoerd, worden vergeleken wanneer het toegediende vaccin van fabrikant tot fabrikant, van partij tot partij en van regio tot regio kan verschillen?

Deze variaties, die zelfs de kern van het product betreffen, kunnen zelfs de reeds uitgevoerde klinische proeven ongeldig maken.

Zelfs in geval van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid is het voor ons dus moeilijk te begrijpen waarop de vergunning voor het in de handel brengen van deze Covid-19-vaccins is gebaseerd.

De COVID-19 vaccinaties: desinformatie en gewetenloosheid tot in het extreme

Naast de onzekerheden in verband met Covid-19 zijn er ook de benaderingen in verband met het gebruik en zelfs de intrinsieke kwaliteit van deze vaccins. Nu zouden we eigenlijk met twee problemen te maken hebben in plaats van één.

De manoeuvre lijkt subtiel te zijn. De nuttige informatie is beschikbaar in de officiële documenten die in het kader van de vergunning voor het in de handel brengen worden gepubliceerd, maar deze gegevens worden niet zichtbaar gemaakt door het officiële discours. Deze zouden alleen maar hebben getracht deze producten als doeltreffend en veilig en zonder voorbehoud af te schilderen, hoewel de formules en de fabricageprocédés van deze vaccins niet eens volledig gestabiliseerd lijken te zijn.

Deze nieuwe onthullingen, die ongetwijfeld zonder precedent en exclusief zijn, doen nog meer twijfel rijzen over de geldigheid van de toestemming, die verondersteld wordt vrij en geïnformeerd te zijn; en die zou moeten worden gegeven door de mensen die nu worden gevaccineerd.

Eenieder heeft recht op duidelijke, eerlijke en adequate informatie. Deze informatie geldt ook op lange termijn: naarmate nieuwe gegevens beschikbaar komen, moeten degenen die al gevaccineerd zijn, achteraf worden geïnformeerd (nadat dit of dat vaccin is toegediend).

Een “verplichting” tot inenting kan op deze manier niet ontstaan, zelfs niet in verkapte vorm via een “inentingskaart”.

Deze nieuwe analyse bevestigt ook onze eerdere beschouwingen zoals die getiteld “Kan het vaccin Covid-19 (Tozinaméran; COMIRNATY°) door een rechter als “gebrekkig” worden gekwalificeerd? “of in de twee open brieven die reeds aan de minister van Volksgezondheid en aan de zeven beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg zijn toegezonden.

Kwetsbaarheid is niet alleen een gevolg van iemands leeftijd en gezondheidstoestand. Geen toegang hebben tot onafhankelijke informatie over geneesmiddelen (met inbegrip van vaccins) is de eerste vorm van ongelijkheid.

Wat de onzekerheden over de doeltreffendheid van deze vaccins betreft, heeft de Raad van State op 3 maart 2021 met name nota genomen van de bekentenis van het Ministerie van Volksgezondheid zelf en van de tegenstrijdigheden van de Franse “administratie”. Met dit besluit had de Raad van State, in strijd met het advies van dit ministerie, een beslissing genomen die leek neer te komen op de erkenning van deze werkzaamheid. Maar enkele dagen later, in een nieuw besluit (nr. 450413) van 11 maart 2021, wijzigt de Raad van State zijn standpunt en erkent hij “de onzekerheid die blijft bestaan over de werkelijke doeltreffendheid van het vaccin wat de verspreiding van het virus betreft”. Er zij ook aan herinnerd dat de minister van Volksgezondheid op 18 februari 2021 ook publiekelijk heeft toegegeven dat geen enkel Europees land heeft kunnen aantonen dat deze vaccins de “ernstige” vormen van Covid-19 kunnen voorkomen (zie persconferentie vanaf 34min 44s).

In zijn laatste “Update on the situation of COVID-19 vaccine surveillance – period from 12/03/2021 to 18/03/2021” van 26/03/2021 – bijgewerkt op 29/03/2021 – bericht het Franse nationale agentschap voor de veiligheid van geneesmiddelen (ANSM) met name over het aantal sterfgevallen dat zich in Frankrijk heeft voorgedaan na de toediening van deze vaccins. Sterfgevallen die zijn gemeld (gerapporteerd) in het kader van de geneesmiddelenbewaking (ongeacht de zekerheid van het “oorzakelijke verband” tussen deze vaccins en deze sterfgevallen): “311 sterfgevallen” na toediening van het BioNTech/Pfizer-vaccin; “4 sterfgevallen” na toediening van het Moderna-vaccin; “20 sterfgevallen” na toediening van het AstraZeneca-vaccin; (op dit moment geen gegevens over het laatste vaccin waarvoor een vergunning is verleend (Janssen)). In het algemeen is er sprake van een hoge mate van onderrapportage bij de geneesmiddelenbewaking voor alle geneesmiddelen, hoewel deze rapportages verplicht zijn.

Voorzichtigheid gebiedt dus zelfs dat in alle landen waar deze vaccins tegen Covid-19 op de markt zijn gebracht, alle aldus “vrijgegeven” partijen onmiddellijk uit de handel worden genomen en dat de verleende vergunningen met spoed worden opgeschort of zelfs tot nader order worden ingetrokken. Dat is in ieder geval de essentie van de aanbevelingen die wij ad hoc aan de autoriteiten en in het bijzonder aan de Franse autoriteiten zouden kunnen voorstellen. Deze informatie moet op zijn minst op een duidelijke, eerlijke en passende manier aan iedereen bekend worden gemaakt.

Dit geldt des te meer omdat de slachtoffers en hun familieleden in geval van ernstige schadelijke effecten, waaronder sterfgevallen, vaak ten einde raad zijn wanneer zij “duivels bewijs” nodig hebben om het genoemde “oorzakelijk verband” met zekerheid te kunnen vaststellen.

COVID-19 VACCIN DOSSIER

Robert F. Kennedy Jr: “Nieuw Covid-vaccin moet tegen elke prijs worden vermeden

1 REACTIE

  1. Er is geen covid 19 virus ( geen genetische code, foto of isolaat), dus ook geen nood aan een gifspuit , waar GEEN ENKELE politieker zich mee wil laten inspuiten !

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here