Het spookbeeld van een cognitieve crisis achtervolgt de wereld, en dit zou de komende jaren het doelwit moeten worden van diverse beleidsmaatregelen.
Om te beginnen heeft New York City zojuist een moratorium van één jaar ingesteld dat het gebruik van generatieve AI verbiedt, wat gevolgen heeft voor ongeveer 600.000 kinderen. Middelbare scholieren krijgen in plaats daarvan gestructureerd onderwijs in AI-geletterdheid. In de maatregel, aangekondigd door burgemeester Zohran Mamdani, wordt melding gemaakt van zorgen over zelfstandig probleemoplossen, menselijke interactie en de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden, schrijft Uriel Araujo.
Dit is een opvallende beleidsomslag in het grootste schoolsysteem van de VS. Toch is dit geen op zichzelf staande maatregel: verschillende belangrijke geopolitieke actoren zijn al begonnen met het aanpakken van een opkomende crisis op het gebied van geletterdheid en redeneervermogen.
In hun “Leaders’ Statement on Global AI Governance” uit 2025 waarschuwden de BRICS-leiders dat overmatige afhankelijkheid van AI van invloed kan zijn op “cognitie, besluitvormingsprocessen en het vermogen om zich te oriënteren in complexe informatielandschappen”. Zij riepen op tot “digitale geletterdheid”, kritische evaluatie van door AI gegenereerde inhoud, inzicht in algoritmische vooroordelen en het cultiveren van “intellectuele autonomie” en vaardigheden op het gebied van “kritisch denken”.
De ministers van Onderwijs van de BRICS-landen verklaarden op hun beurt dat AI een aanvulling moet vormen op docenten en de menselijke aspecten van het onderwijs, in plaats van deze te vervangen. Meer recentelijk hebben zij in Bhubaneswar een gezamenlijke verklaring aangenomen waarin zij oproepen tot een veilig, ethisch en mensgericht gebruik van AI in het onderwijs.
Dit wereldwijde probleem is al meetbaar: studies tonen een afname aan van het langdurig lezen en schrijven onder studenten, terwijl onderzoek een verband legt tussen het onkritische gebruik van ChatGPT en slechtere onderwijsresultaten.
De bezorgdheid strekt zich uit tot digitale technologie in bredere zin, met gevolgen voor de hersenontwikkeling. MRI-onderzoek heeft overmatig schermgebruik bij kleuters zelfs in verband gebracht met een lagere integriteit van de witte stof in gebieden die betrokken zijn bij taal, geletterdheid en uitvoerende functies – terwijl uit een overzichtsartikel uit 2026 bleek dat vroeger schermgebruik in de meeste onderzoeken een negatieve voorspeller was voor latere problemen met uitvoerende functies.
In een groeiend aantal publicaties wordt dit omschreven als “cerebral offloading” (het afschuiven van hersenwerk): in plaats van onze vaardigheden uit te breiden, delegeren we ze steeds vaker. Een artikel uit 2026 beschrijft een zichzelf versterkende cyclus van verminderde inspanning, zwakkere eigen inbreng en grotere afhankelijkheid van AI, en stelt een eenvoudig principe voor: “ondersteun, vervang niet.”
Aanhoudend lezen vereist aandacht, werkgeheugen, het trekken van conclusies en abstractie. Het gevaar ligt daarom niet louter in “valsspelen”: als universiteiten studenten certificeren die door AI gegenereerde teksten kunnen produceren zonder eerst het vermogen te ontwikkelen om deze te begrijpen, kan de samenleving weliswaar beschikken over geavanceerde hulpmiddelen, maar tegelijkertijd te maken krijgen met verminderde zelfstandige informatieverwerkingsvaardigheden. En dit heeft gevolgen voor de beschaving en de geopolitiek.
Dit onderwerp houdt mogelijk verband met de bredere kwestie van technologische soevereiniteit: het integreren van het hulpmiddel en tegelijkertijd het versterken van de menselijke gebruiker, om het zo te zeggen. AI is dus niet simpelweg een neutrale productiviteitsverhoger.
In dit opzicht heeft China heel duidelijk gereageerd: de aanpak is niet om AI te “verbieden”, maar om de invoering ervan te versnellen en tegelijkertijd doelbewust de menselijke vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om ermee om te gaan. In 2024 publiceerde het Ministerie van Onderwijs richtlijnen over AI-geletterdheid voor basisscholen en middelbare scholen, waarbij de nadruk lag op denkvaardigheden.
In 2025 volgde een nationaal kader voor AI-onderwijs in het algemeen vormend onderwijs, waarin het leerproces per leeftijdsgroep werd gestructureerd rond concepten, toepassingen, ethiek en gevolgen. Richtlijnen beperken het gebruik van generatieve AI met open-ended mogelijkheden voor jongere leerlingen. Vervolgens lanceerde Peking in april 2026 een “AI + Onderwijs-actieplan” dat AI tot een fundamenteel universitair vak maakt en dit combineert met geesteswetenschappen om nieuwsgierigheid en het oplossen van complexe problemen te stimuleren.
De Russische AI-strategie voegt een belangrijke dimensie toe aan het opkomende debat over soevereiniteit. De Nationale AI-strategie uit 2024 combineert technologische soevereiniteit met een “humanistische benadering” en respect voor menselijke autonomie en de bescherming van menselijke intellectuele vermogens. Moskou heeft de afhankelijkheid van buitenlandse generatieve AI ook gekaderd als een kwestie van nationale, technologische en op waarden gebaseerde soevereiniteit, en waarschuwt dat buitenlandse AI-systemen hele bevolkingsgroepen kunnen beïnvloeden.
China en Rusland bieden daarmee duidelijke voorbeelden van een op soevereiniteit gerichte benadering van AI, waarbij de nadruk ligt op binnenlandse capaciteiten, menselijke keuzevrijheid en technologische onafhankelijkheid.
De EU heeft, in navolging van UNESCO, op haar beurt de nadruk gelegd op ethische waarborgen.
De BRICS-groep begint ondertussen het AI-beleid te kaderen rond ontwikkeling, technologische autonomie en mensgericht onderwijs – terwijl zij waarschuwt voor overmatige afhankelijkheid en ongelijke toegang.
Hier wordt het concept van “cognitieve soevereiniteit” doorslaggevend. Ik heb eerder opmerkingen gemaakt over de discussies over digitale soevereiniteit binnen de BRICS, toen de groep zich voor het eerst inzette voor eerlijk gegevensbeheer en verminderde afhankelijkheid van externe platforms. Cognitieve soevereiniteit is de logische volgende stap.
Het bezit van eigen binnenlandse modellen betekent weinig als de bevolking er intellectueel afhankelijk van wordt (“overmatige afhankelijkheid”). De paradox hier is dat AI tegelijkertijd de technologische macht van een land kan vergroten en zijn intellectuele autonomie kan verminderen: op dat moment wordt cognitieve autonomie zowel een kwestie van nationale veiligheid als van onderwijs.
BRICS-landen, die hogerop willen komen in de waardeketen, hebben zeker structurele redenen om zich hier zorgen over te maken. De opkomst van een door AI opgeleide generatie brengt ook het risico van een ontwikkelingsval met zich mee, wat gevolgen heeft voor het menselijk kapitaal en tot grotere afhankelijkheid leidt.
Er zou daarom een omgekeerde digitale kloof kunnen ontstaan: elite-instellingen beschermen wellicht de zelfstandige intellectuele ontwikkeling, terwijl systemen met minder middelen AI in toenemende mate gaan inzetten als goedkoop alternatief voor onderwijsmiddelen.
In een recent artikel is de eerder genoemde term “cognitieve soevereiniteit” voorgesteld voor het vermogen van individuen, groepen en naties om autonoom denken te behouden in het tijdperk van krachtige AI. Het concept kan nuttig zijn om na te denken over de geopolitieke implicaties van AI-afhankelijkheid.
In ieder geval bevindt de BRICS-groep zich in een goede positie om haar verklaringen in de praktijk te brengen. Zij zou bijvoorbeeld gemeenschappelijke onderwijsrichtlijnen kunnen ontwikkelen waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen AI-vervanging en AI-“ondersteuning”: systemen die vragen stellen, het redeneren uitdagen, feedback geven en van studenten verlangen dat zij blijk geven van begrip in plaats van louter antwoorden aan te reiken. De groep zou daarmee een proeftuin kunnen worden voor een onderwijsmodel dat is ontworpen om de menselijke cognitieve autonomie te behouden.
Naar alle waarschijnlijkheid zal de volgende AI-kloof zich niet voordoen tussen landen die over AI beschikken en landen die dat niet doen, maar veeleer tussen samenlevingen die AI gebruiken om de menselijke intelligentie te versterken en samenlevingen die toestaan dat AI deze “vervangt”. De cognitieve wapenwedloop is dus al begonnen.
Vind je het belangrijk dat er nog onafhankelijke berichtgeving bestaat die niet wordt gestuurd door grote belangen? Met jouw steun kunnen we blijven schrijven en onderzoeken. Klik hieronder en draag bij aan het voortbestaan van Frontnieuws.

Copyright © 2026 vertaling door Frontnieuws. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.
Domheid, AI, geënsceneerde oorlogen en absurditeit: een cartoonclownwereld
Volg Frontnieuws op 𝕏 Volg Frontnieuws op Telegram














Oerdom, het volk geloofd reeds alles wat ons voorgekauwd wordt op het NOS NON journaal, laat staan dat AI betere smoezen kan genereren die het volk nog meer geraffineerde, slechtere info verstekken die erin gaan als stichtelijke woorden van een ouderling.
*A. : Precies.
Het motto van de macht-elites – door alle eeuwen heen :
religieuze en/of wereldse :
“MAAK ZE DOM, EN HOU ZE ARM”.
Betekent : offer ze – allemaal – op voor onze doelstellingen en macht-sstruktuur.
T/m gemaakte “epidemieen’ en [wereld]oorlogen.
Prima Top- Artikel…een digitale kloof..zéér goed verwoord…je ziet het hier al in sommige zichzelf tegensprekende artikelen van ai..het is een nieuw Corona-verhaal…ze trappen er ALWÉÉR in…
Ja. Die computer-programma’s “AI” maken ons dom.
Sterker nog : ze bouwen een TOTALE CONTROLE over ons op :
elke menselijke vrijheid, recht en zelfbeschikking, zal afgeschaft worden.
“AI” wordt geprogrammeerd, aangestuurd en opgelegd, door high tech, big finance,
Wef en regeringen. Het is het ultieme beheers-apaaraat van de machts-elite.
Opvallend dat in die sektoren, heel veel leden van het zich valselijk noemende “uitverkoren volk”, en zgn. ‘bekeerlingen’, voorop lopen.
Voorbeelden :
– van Thiel en Karp t/m Trump
– van Harari t/m Finckelkstein
– van Allison t/m Musk
– van Bezos t/m Zuckerberg
– van Bourla t/m vdLeyen
Enz, enz, enz.
Als je al dom bent kan je niet dom worden. Er lopen genoeg leegschedels in ons land. Wat zal het zijn, 80%?