Terwijl de wereld vooral naar de marktprijzen voor ruwe olie kijkt, ontstaat er met name bij de raffinageproducten een groeiende kloof. Diesel wordt inmiddels zo schaars dat het zelfs duurder wordt verkocht dan kerosine. En alleen al daar is de situatie kritiek. Hoe gaat het nu verder?
Grote delen van onze economie zouden zonder dieselmotoren helemaal niet meer functioneren. Van tractoren en maaidorsers in de landbouw tot graafmachines en andere bouwmachines, en vrachtwagens en schepen voor het vervoer van goederen – ze hebben allemaal hun brandstof nodig. Maar terwijl de economische portalen om de paar seconden hun prijstickers voor de verschillende soorten ruwe olie, zoals Brent of WTI, bijwerken, moet je voor producten als benzine, diesel of kerosine al iets verder zoeken. Toch zijn deze van groter belang voor de reële economie, schrijft Heinz Steiner.
Ook daar spelen vraag en aanbod een belangrijke rol bij de prijsvorming. En op dit moment ziet het er juist wat het aanbod betreft behoorlijk somber uit. De huidige olieprijzen zijn namelijk slechts het halve verhaal. Het eigenlijke probleem ligt niet alleen in de verstoringen van de wereldwijde olievoorziening door de oorlog in Iran, inclusief de feitelijke blokkade van de Straat van Hormuz, of de aanvallen van de Oekraïners op de Russische energie-infrastructuur – maar juist ook in de verwerking van het zwarte goud in de raffinaderijen zelf. Veel capaciteit is namelijk stilgelegd, vernietigd door oorlogshandelingen of juist productietechnisch beperkt vanwege de blokkade van Hormuz.
De dieselmarkt bevindt zich in crisismodus
Dit blijkt ook uit actuele gegevens van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Afgelopen juli lag de wereldwijde raffinagecapaciteit volgens deze gegevens bijna vijf miljoen vaten per dag (bpd) onder het niveau van vorig jaar. De maritieme handel in olieproducten kelderde ten opzichte van juli 2025 met 3,8 miljoen vaten per dag. Vooral bij diesel is de benarde situatie duidelijk zichtbaar: Rusland, het Midden-Oosten en Azië exporteerden samen 1,3 miljoen vaten per dag minder dan een jaar eerder. Dat komt overeen met ongeveer een vijfde van de wereldwijde handel in diesel over zee. Dienovereenkomstig kwam er minder in Europa aan – in juli was dat 1,56 in plaats van de nog 1,97 miljoen bpd in januari. Diesel kostte daardoor, met toeslagen van soms meer dan 76 dollar per vat, tijdelijk zelfs meer dan kerosine.
De raffinagemarges – de zogenaamde dieselcrack – lagen in de Verenigde Staten op 17 augustus voor het eerst boven de 100 dollar per vat. Dat betekent dat bij een ruwe-olieprijs van 80 dollar de dieselbrandstof al meer dan 180 dollar kostte – dus meer dan het dubbele. Tegelijkertijd bevonden de Amerikaanse destillaatvoorraden zich op het laagste niveau voor augustus sinds 1996. De Amerikaanse raffinaderijen draaien bijna op volle capaciteit en exporteren enorme hoeveelheden. Toch slinken de voorraden, omdat de vraag wereldwijd ronduit explodeert als gevolg van de uitval uit Rusland en het Midden-Oosten.
Voor de Europeanen, die bijzonder sterk afhankelijk zijn van import, is de huidige situatie allesbehalve rooskleurig. Zelfs als de situatie op het gebied van ruwe-olieleveringen zich weer zou normaliseren, blijft het probleem van de afhankelijkheid van de import van destillaten bestaan. Want sinds 2009 zijn volgens gegevens van de brancheorganisatie FuelsEurope maar liefst 35 raffinaderijen van de Europese markt verdwenen – een vijfde van de toenmalige capaciteit is weg. Toch is de vraag sindsdien niet gedaald. Maar wat valt er te verwachten als de politiek, die in een klimaatwaanzin verkeert, met hoge energieprijzen, CO₂-heffingen en steeds strengere eisen de bedrijfsvoering simpelweg onrendabel maakt? De toegevoegde waarde wordt nu elders gecreëerd en de Europeanen moeten erop hopen dat ze op de markten überhaupt nog genoeg brandstof bij elkaar kunnen schrapen.
Brussel in ontkenningsmodus
De Brusselse eurocraten geven er ondertussen echter de voorkeur aan de realiteit te ontkennen. Nog op 24 juli beweerde men na een vergadering van hun Oil Coordination Group dat er “op dit moment geen bevoorradingsprobleem“ was. Let op het politieke jargon: “op dit moment“. Nou ja, men wist toen echter al dat er nog steeds sprake was van een kritieke bevoorradingssituatie, die niet zo snel weer zou verdwijnen. Het resultaat werd al enkele weken later duidelijk zichtbaar in extreem hoge raffinagemarges, dalende importvolumes en stijgende prijzen bij de tankstations.
Dit is ook bijzonder problematisch omdat de door Brussel gestimuleerde “European Green Deal“, inclusief de energietransitie, weliswaar veel geld kost, maar in de praktijk niet veel oplevert. Een paar elektrische auto’s meer op de weg zijn niet voldoende om de vraag naar diesel aanzienlijk te verminderen. Vooral ook omdat juist de andere belangrijke sectoren (landbouw, bouwmachines, zwaar verkeer) niet elektrisch kunnen worden aangedreven. Toch breken de eurocraten en hun handlangers in de hoofdsteden liever de bestaande fossiele bruggen achter zich af, nog voordat de gewenste elektrische bruggen überhaupt zijn aangelegd en daadwerkelijk bruikbaar zijn.
Vind je het belangrijk dat er nog onafhankelijke berichtgeving bestaat die niet wordt gestuurd door grote belangen? Met jouw steun kunnen we blijven schrijven en onderzoeken. Klik hieronder en draag bij aan het voortbestaan van Frontnieuws.

Copyright © 2026 vertaling door Frontnieuws. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.
Volg Frontnieuws op 𝕏 Volg Frontnieuws op Telegram














FN, publiceer nou niet zoveel artikelen,
en ook niet artikelen die uit de lucht gegrepen zijn.
Van dit laatste, is dit weer een voorbeeld.
Want :
– De laagste olie-voorraden zijn nog altijd voor 180 dagen : EU.
Andere werelddelen, hoger / veel hoger. China : twee jaar. Gegevens IEA.
– Kernpunt : door Straat van Hormuz gaat 20% wereldwijde olie-handel.
80% vindt dus ‘normaal’ plaats.
– Wat wel alarmerend is : door S.o.H. ging aanzienlijk deel wereldhandel in kunstmest;
en ook aluminium, sulfer, e.a. belangrijke industriële stoffen. Dat gaat grote problemen opleveren.